Proefles: Opleiding Fitness Trainer (Level 1)

pagina 1 aangepast formaat

Leuk dat je een proefles hebt aangevraagd! Tijdens deze les krijg je een indruk van de Opleiding Fitness Trainer (Level 1). Ook krijg je een aantal vragen over de stof. Verderop in de proefles kun je deze nakijken. Heb je nog vragen, neem dan gerust contact met ons op. Succes en veel plezier met je proefles!

Student aan het woord

“Een opleidingsdag bij AALO opleidingen is opgedeeld in theorie- en praktijkdelen, deze worden gedurende de dag continu afgewisseld. Vaak wordt een opleidingsdag ook nog eens afgesloten met een toffe workout. Een opleidingsdag bij AALO is daardoor nooit saai! Je kunt de opgedane theorie ook direct toepassen in de praktijkoefeningen, erg handig!”

Inschrijven voor deze opleiding Brochure aanvragen Bel me terug


Studeren bij AALO

Bekijk deze video en ontdek alles over het studeren bij AALO.


Als enige opleider in de fitnessbranche ondersteunt AALO studenten niet alleen met dvd's en cd's, maar ook online door middel van een digitale leeromgeving en de AALO Community. Hier kun je op je gemak de leerstof nog eens doornemen die wordt gepresenteerd door een AALO Master Trainer. Deze trainers zijn specialisten op het gebied van fitness, voeding, sport en personal training. Tijdens de opleiding vertaalt dit zich in veel praktische tips en anekdoten direct uit de praktijk.

Stage
Tijdens de opleiding Fitness Trainer (Level 1) loop je stage (uitgezonderd de Spoedopleiding). Het stagelopen vormt een belangrijk onderdeel binnen de leercurve. Tijdens een stage leer je niet alleen sneller, ook doe je meer (praktijk)kennis op en ontwikkel je een eigen visie.

Fitness trainer level 1


Video

Bekijk de video om een indruk te krijgen hoe een opleidingsdag Fitness Trainer (Level 1) eruit ziet.


Inhoud

Tijdens de Opleiding Fitness Trainer (Level 1) leer en werk je onder andere uit de Syllabus AALO Fitnesstrainer Level 1. In deze proefles neem je vast een kijkje in de theorie uit deze Syllabus. Je oefent met verschillende opgaven.

Syllabus AALO Fitnesstrainer Level 1

1.1 Inleiding

Fitnes trainer omslag

Om inzicht te krijgen in bewegen heb je kennis van de anatomie nodig. Hoe werkt het bewegingsapparaat en wat is daar allemaal bij nodig? Belangrijk is dat je leert aan welke botpunten spieren aanhechten en wat de functie daarvan is. Met die wetenschap kun je namelijk bepalen hoe je de spier het beste kunt trainen.

In dit hoofdstuk wordt het volgende behandeld:

  • de namen van de botten;
  • de bewegingen die in de gewrichten kunnen worden gemaakt;
  • de namen van de oppervlakkige spieren in het Latijn.

1.2 De anatomische houding

Het menselijk lichaam beweegt in verschillende vlakken en assen. Daarom is het moeilijk om bewegingen te beschrijven. Om het bestuderen van de anatomie van de bewegende mens makkelijker te maken, is er een aantal afspraken binnen de anatomie. We hanteren daarbij bepaalde termen. Die termen komen in eerste instantie vreemd over; ze zijn gebaseerd op het Latijn. Wanneer je deze termen zo logisch mogelijk benadert, zul je merken dat ze onderling verband hebben en dat ze steeds terugkomen. Het is prettig dat deze taal internationaal is. Iedereen die anatomie heeft gehad, gebruikt deze taal. Dat is handig, want dan is het duidelijk waar we het over hebben en dat voorkomt misverstanden.
Een van de afspraken betreft de anatomische houding. De anatomische houding is: de rechtopstaande mens, die recht voor zich uitkijkt, met de armen hangend langs het lichaam, de handpalmen naar voren gericht, de voeten naar beneden hangend.

Assen

bodyBewegingen van het menselijk lichaam vinden steeds plaats rond bepaalde assen. Vandaar dat het belangrijk is te weten welke assen er zijn. We onderscheiden drie assen. Dit om het ons gemakkelijker te maken om bewegingen aan te duiden en te benoemen.

  • frontale as/ transversale as
    De frontale as/ transversale as loopt van links naar rechts. De bewegingen die je om deze as maakt, zijn naar voor en naar achter. Bijvoorbeeld: anteflexie, flexie en extensie. In de anatomie wordt onderscheid gemaakt tussen de romp en de extremiteiten. Wanneer we spreken van de frontale as gaat het om bewegingen van de romp zoals bijvoorbeeld ventraal flexie en dorsaal flexie. Wanneer we spreken van de transversale as gaat het om bewegingen van de extremiteiten zoals bijvoorbeeld flexie en extentie.
  • sagittale as
    De sagittale as loopt van voor naar achter. De bewegingen die je om deze as maakt, zijn zijwaarts. Bijvoorbeeld: adductie, abductie en lateraalflexie. 
  • longitudinale as
    De longitudinale as loopt van boven naar beneden. Alle draaibewegingen die je maakt, zijn om deze as. Bijvoorbeeld: endorotatie, exorotatie en torsie.

tabel


1.3 Richtingaanduidingen in het lichaam

In het lichaam geven we richtingen of de situering aan door middel van bepaalde woorden. Hierdoor kun je bepalen wat de functie of de aanhechtingsplaats is.

  • De mediaan is de lijn in de lengterichting die midden door het lichaam loopt. Als iets lateraal ligt, is dat aan de buitenzijde van het lichaam. Als iets mediaal ligt, is dat aan de binnenzijde van het lichaam. Ligt het er tussenin, dan spreken we van intermediair. Een voorbeeld hier van is de Quadriceps, waarin de vastus lateralis, vastus medialis en vastus intermedius. 
  • Craniaal is richting het Os Cranium (schedel) en caudaal is richting het Os Coccygis (staartbeen). Deze termen worden gebruikt bij massage wanneer er wordt gesproken over het masseren van de romp. 
  • De termen superior (hoger) en inferior (lager) worden gebruikt om de ligging van een spier aan te geven. 
  • Ventraal is aan de buikzijde van het lichaam en dorsaal aan de rugzijde van het lichaam. 
  • Anterior betekent dat de spier voor een andere spier ligt en posterior betekent dat de spier achter een andere spier ligt. Een voorbeeld hiervan zijn de tibialis anterior en de tibialis posterior. 
  • In de extremiteiten (ledenmaten, armen en benen) wordt proximaal gebruikt om de richting van de romp aan te geven en distaal voor de richting van de uiteinden van het lichaam (voet of hand). Deze termen worden gebruikt bij massage richting de extremiteiten.
  • Superficialis betekent oppervlakkig gelegen en profundus betekent dieper gelegen.

1.4 Skelet


1.4.1 Algemeen
Zonder het skelet zouden we niets anders zijn dan een zak met spieren. Het skelet is het passieve bewegingsapparaat, dat wil zeggen dat het ons niet actief kan laten bewegen. Het skelet heeft de volgende functies:

  • het lichaam vorm en stabiliteit geven; 
  • een aanhechtingsplaats vormen voor de spieren; zonder skelet zou er geen aanhechting zijn; 
  • gewrichten op elkaar laten aansluiten; 
  • bescherming geven aan de organen (door een deel van de botten); denk hierbij aan de ribben en de schedel.

Tussen sommige gewrichten bevindt zich het synoviaal vocht. Dit vocht dient als gewrichtssmeer. Het laat de gewrichten soepel lopen. Door middel van fitness of sport in het algemeen wordt er extra synoviaal vocht aangemaakt om de belasting te kunnen dragen. Daarom is een goede warming-up van belang!

1.6 Basisbewegingen

Nu je kennis hebt opgedaan over de richtingen en het skelet, is het van belang te weten wat de basisbewegingen zijn die mogelijk zijn met het menselijk lichaam. Ook bewegingen kennen benamingen in het Latijn. Deze benamingen lijken vaak op fitnessoefeningen en/of fitnessapparatuur. Leer het volgende rijtje bewegingen goed uit je hoofd; het zijn de meest voorkomende. 

7.1.1

7.1.2

1.7 Origo en insertie

Een skeletspier heeft altijd een origo, spierbuik en insertie. De origo en insertie zijn de plaatsen op het skelet waar de spieren door middel van pezen aanhechten. Een algemene stelregel is dat de origo het aanhechtingspunt is op het onbeweeglijke bot en de insertie de aanhechting is op het beweeglijke bot. Bij bijvoorbeeld de m. biceps brachii zit de origo boven de Os Scapula en de insertie zit aan de Os Radius.

In de onderstaande tabel zie je een spier beschreven met de origo, de insertie en de functies. Om je niet te verwarren, hebben we steeds alleen het bot aangegeven waar de spier op aanhecht en niet het exacte botpunt. Het is niet van belang deze botpunten te kennen. Elk botpunt kent namelijk ook weer zijn eigen naam. Hier maak je als fitnesstrainer niet of nauwelijks gebruik van. Ook worden steeds alleen de fitnessgerelateerde functies van de spier aangegeven.

Bij elke spier staat een oefening waarmee je de spier zou kunnen trainen. Dat wil niet zeggen dat dit de enige manier is. De spier is vaak op meer manieren te trainen.

We mogen ook niet vergeten te melden dat je met bijna elke oefening ook een andere spier of spiergroep aanspreekt. In de meeste gevallen is de spier die wordt aangegeven, de hoofdspier (agonist) die wordt aangesproken met die oefening.

4.6 Trainingsprincipes

4.6.1 Overload
Door de spier(en) te prikkelen, treedt er een verandering op. Om een spier te trainen, moet die prikkel hoger zijn dan de prikkel die de spier gewend is. Dit heet overload. Zou er nooit overload plaatsvinden, dan raakt het lichaam gewend aan de prikkel en vindt er geen verandering meer plaats. Overload vindt plaats door bijvoorbeeld zwaarder of op een andere manier te trainen. Vandaar dat er wordt geadviseerd om na acht weken training een ander trainingsschema te volgen.

4.6.2 Supercompensatie
Het is het beste om een belaste spier 48 tot 96 uur (twee tot vier dagen) na de training opnieuw te belasten. Als gevolg van een goed herstel bereik je het stadium van supercompensatie. De kracht van de spier is nu op een hoger niveau dan voorheen. De spier wordt als het ware kapotgemaakt tijdens de training en heeft rust nodig om zichzelf te herstellen. Door dit herstel wordt de spier iets sterker, om zich voor te bereiden op de nieuwe belasting. Het lichaam vormt zich dus naar de belasting die van het lichaam wordt verlangd. Een goede supercompensatie tref je aan in de volgende afbeelding: 

7.1.3

Wordt er te snel weer getraind, dus in de herstelfase (opgaande curve), dan zal er een negatief effect optreden en overtraining plaatsvinden. 

4.6.3 Reversibiliteit
Het trainingsresultaat verdwijnt als er niet meer wordt getraind. Zoals we nu weten, past het lichaam zich aan aan de arbeid die wordt gevraagd. De prestatie gaat dus achteruit in een inactieve periode. Dit principe noemen we: reversibiliteit.

4.6.4 Wet van de verminderde meeropbrengst
Kijkend naar de ontwikkeling van de mens, is de reversibiliteit het grootst in de eerste levensjaren. Hoe ouder we worden, hoe minder we, naar verhouding, leren.

Dat geldt ook bij training. Als je nog nooit getraind hebt, vindt de grootste ontwikkeling/groei plaats in de eerste fase. Hoe langer je traint, hoe lastiger het wordt om resultaat te bereiken.
In een grafiek ziet dit er als volgt uit: 

7.1.4

Fase 1: hier vindt de grootste ontwikkeling plaats.
Fase 2: het lichaam raakt al meer gewend aan de prikkel en past zich minder aan.
Fase 3: het lichaam is gewend aan de prikkel en zal zich niet of nauwelijks aanpassen.

In de grafiek zie je ook dat door een nieuwe prikkel de ontwikkeling weer toeneemt. De eerste fase zal wel steeds korter worden. 

Vragen

Vragen over de Syllabus AALO Fitnesstrainer Level 1
Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Beantwoord dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

1. Wat is waar?
a.De longitudinale as loopt van rechts naar links
b.De longitudinale as loopt van voor naar achter
c.De longitudinale as loopt van boven naar beneden

2. Wat betekent mediaal?
a. Aan de buitenzijde van het lichaam gelegen
b.In het midden van het lichaam gelegen.
c.Aan de binnenzijde van het lichaam gelegen

3. Wat is het tegenovergestelde van proximaal?
a.Distaal 
b.Profundus 
c.Inferior

4. Welke oefening moet je doen als je de Hamstrings wilt trainen?
a.Leg extension
b.Leg curl 
c.Leg rotation


Vragen

Vragen over de Syllabus AALO Fitnesstrainer Level 1

5. Wat is overload?
a.Overload is een prikkel die hoger is dan je lichaam gewend is en leidt tot verandering
b.Overload is een prikkel die lichter is dan je lichaam gewend is en leidt tot verandering 
c.Overload is een prikkel die geen invloed heeft


Antwoorden

Bekijk hier de antwoorden
Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

1.C
2.C
3.A
4.B
5.A


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden over de Opleiding Fitness Trainer (Level 1)?

Schrijf je vandaag nog in voor de Opleiding Fitness Trainer (Level 1) en zet de eerste stap! Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je opleiding!
 

pagina 16 aangepast formaat
 

Inschrijven voor deze opleiding Brochure aanvragen Bel me terug


Over AALO

AALO is sinds 1996 uitgegroeid tot de grootste kwaliteitsopleider binnen fitness en movement professionals en de body & mind- en voedingsbranche. Met meer dan meer dan 65 opleidingen vind je bij AALO altijd een opleiding die bij je past. Na het succesvol afronden van een opleiding ontvang je een waardevol en branche-erkend AALO-diploma of -certificaat. Je kunt dus direct aan de slag! AALO heeft diverse voordelige pakketsamenstellingen waardoor je voordeel oploopt tot honderden euro's. 

AALO Trainers homepage Trainers

Proefles: Fitness Trainer (Level 1)