Proefles: Personal Trainer (Level 4)

Trainers level4 592x116

Leuk dat je een proefles hebt aangevraagd! Tijdens deze les krijg je een indruk van de Opleiding Personal Trainer (Level 4). Ook krijg je een aantal vragen over de stof. Verderop in de proefles kun je deze nakijken. Heb je nog vragen, neem dan gerust contact met ons op. Succes en veel plezier met je proefles!

Student aan het woord

“Een opleidingsdag bij AALO opleidingen is opgedeeld in theorie- en praktijkdelen, deze worden gedurende de dag continu afgewisseld. Vaak wordt een opleidingsdag ook nog eens afgesloten met een toffe workout. Een opleidingsdag bij AALO is daardoor nooit saai! Je kunt de opgedane theorie ook direct toepassen in de praktijkoefeningen, erg handig!”

Inschrijven voor deze opleiding Brochure aanvragen Bel me terug


Inhoud

Tijdens de Opleiding Personal Trainer (Level 4) leer en werk je onder andere uit het AALO Personal Trainer Studieboek Trainingsleer. In deze proefles neem je vast een kijkje in de theorie uit dit studieboek. Je oefent met verschillende opgaven.

AALO Personal Trainer Studieboek Trainingsleer

Studieboek Personal Trainer level 4

 

Hoofdstuk 1 | Algemene Trainingsopbouw

Inleiding
Voordat we kunnen starten met het uitleggen van de trainingsonderdelen is het nuttig te weten wat wij verstaan onder training. Dit is de fysieke, psychische, technisch/tactische, intellectuele en mentale voorbereiding van de sporter/cliënt door regelmatig systematische prikkels toe te dienen om het prestatievermogen te verhogen.

In dit hoofdstuk starten we met de uitleg van hoe je door middel van trainingsfases en C.L.U.S.K. (deze term wordt later besproken) het volledige potentieel uit je sporter/cliënt kunt halen. We gaan vervolgens verder in op de verschillende trainingsonderdelen die zorgvuldig worden uitgelegd.
Training en prestatievermogen zijn een veelzijdig gebeuren dat wordt beïnvloed door een aantal externe en interne factoren. De factoren die invloed hebben op de prestatie worden hieronder schematisch weergegeven.

AALO Trainer level 4


Hoofdstuk 2 | De anamnese

Inleiding
Binnen een health assessment zal de personal trainer op zoek gaan naar relevante informatie voor het opstellen van een trainingsschema. 

De personal trainer krijgt als het ware een volledig beeld van de persoon vol met informatie die bepalend is voor het bereiken van de doelstellingen van de klant.
Deze informatie bestaat uit:
AALO Personal Trainer level 4


2.1 Beginsituatie vastleggen

2.1.1 Persoonlijke gegevens

Om de beginsituatie te bepalen, is het van groot belang om een aantal persoonlijke gegevens over de klant te verzamelen. Leeftijd, beroep, sportbeoefening, medische informatie en stress zijn elementen die het opmaken van een trainingsschema kunnen beïnvloeden.

De leeftijd is doorslaggevend voor het berekenen van de hartslagzones en voor het bepalen van de belastbaarheid van een trainingsschema. Het ligt voor de hand dat je een persoon van vijfenzestig niet op dezelfde manier zult laten trainen als een persoon van achtentwintig.

Daarnaast is het ook van groot belang om te vragen of de klant een zittend, staand of zeer actief beroep beoefent. Laat de klanten een gemiddelde berekenen van het aantal uur dat ze per dag zitten. Op die manier krijg je als personal trainer een goed zicht op wat eventueel zwakke en sterke spieren kunnen zijn.


Hoofdstuk 3 | De functionele warming-up

Inleiding

3.1 Functionele warming-up

Doel
Een fitnesstraining begint met een warming-up. Doelstelling van de functionele warming-up is het fysiek en mentaal voorbereiden op de inspanning die gaat volgen aan de hand van algemeen dagelijkse lichaamsbewegingen.
Deze vorm van opwarmen wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat de klant al kennismaakt met bewegingen die mogelijk in de training aan bod komen.

De belangrijkste fysiologische veranderingen, die als gevolg van een toenemende weerstand optreden, zijn: verhoogde spierspanning, verhoogde hartslag, verwijding van bloedvaten en daarmee een verhoogde doorbloeding van spieren en organen.


Functionele bewegingen voldoen aan:

  • bewegingen in meerdere vlakken;
  • multi-articulaire bewegingen;
  • bewegingen die zijn te integreren naar ADL;
  • stimuleren van zwaartekracht-oriëntatie-bewustzijn;
  • in een verrijkte proprioceptieve omgeving;
  • statische en dynamische stabilisatie.

Soorten functionele bewegingen:

  • buigen;
  • strekken;
  • duwen;
  • trekken;
  • draaien;
  • voortbewegen.

Hoofdstuk 5 | Lenigheid

Inleiding
Onder lenigheid verstaan we de natuurlijke bewegingsmogelijkheden binnen een bepaald gewricht van het menselijk lichaam. Je kunt lenigheid aangeven door de range of motion (ROM). De ROM wordt voornamelijk bepaald door de lengte en soepelheid van de spier (flexibiliteit), de soepelheid van de gewrichten (mobiliteit) en de kracht die men heeft om een beweging volledig af te maken. Op lange duur is lenigheid trainbaar.

Hiervoor beschikt men over een aantal trainingsvormen.

  • SMR; 
  • statisch stretchen;
  • methode van Janda;
  • methode van Anderson;
  • methode van antagonistisch rekken.

5.1 Grondmotorische vaardigheid: lenigheid

L = Lenigheid: SMR (self myofascial release) en lenigheidsmethoden.

Doel: het verbeteren van de spierlengteverhoudingen met als gevolg verbetering van de houding en vergroten van de bewegingsuitslag.
Dit doen wij door middel van SMR (self myofascial release) en lenigheidsmethoden.

5.2 Trainingsmethoden SMR en leningheidstrainingen komen in allerlei varianten 

Zo kun je SMR uitvoeren met foamrollers en met ballen (smashing. Bij lenigheidstraining kun je onderscheid maken tussen mobiliteit en flexibiliteit. Wanneer wij spreken over mobiliteit gaat het om de mobiliteit van het gewricht, de gewrichtskapsel en ligamenten. Wanneer wij spreken over flexibiliteit dan bedoelen wij flexibiliteit van de spieren en pezen. Afhankelijk van het trainingsdoel kun je als trainer bepalen welke wijze van lenigheidstraining nodig is voor de sporter en op welk moment. Flexibiliteit- en mobiliteitstraining werkt alleen optimaal als de gestretchte spieren en gemobiliseerde gewrichten ook geprikkeld worden in de volledige ROM. Wanneer dit niet wordt gedaan zullen de spieren en gewrichten zich altijd weer aanpassen in de oude ROM.

5.2.1 Self myofascial release

Doel: het gladstrijken van de spiervezels in een lijn met de richting van het bindweefsel. Daarnaast stimuleert dit het golgi-peesorgaan, vermindert het de activiteit van de spierspoeltjes en vermindert het de spierspanning. Myofascial release is een stretchtechniek waarbij de verklevingen uit de spier worden gehaald. Wanneer we regelmatig sporten ontstaan er juist van die verklevingen. Alle spiervezels lopen normaal in dezelfde lijn met de richting van het bindweefsel van de spier.


Hoofdstuk 8| Kracht

Inleiding
Onder spierkracht verstaan we het vermogen van de spier om een bepaalde hoeveelheid kracht te genereren. We onderscheiden verschillende soorten kracht. Duurkracht, krachtuithoudingsvermogen, spierkracht, hypertrofie, snelkracht, explosieve kracht, maximale kracht. De maximale kracht die een spier kan produceren wordt uitgedrukt door 1RM (repetition maximum). Dit is de hoogste last die een spier kan overwinnen bij één willekeurige contractie.

8.1 Grondmotorische vaardigheid: kracht

K = Kracht: neuromusculair trainen
Doel: verhogen van de belastbaarheid op het niveau van de spieren, pezen en banden. Het beter laten samenwerken van verschillende spieren, het verhogen van de motorunits bij het ontvangen van een spierprikkel.


8.2 Neuromusculaire training

8.2.1 Doel

Het doel van spiertraining is de spier(en) een prikkel geven (overload) die leidt tot een verandering. Fysiologische veranderingen die optreden door neuromusculair trainen kunnen zijn: groei van de spiervezels, verhoogde doorbloeding van de spier, toename in kracht en toename in sterkte van bindweefsel, pezen en banden. Onder neuromusculair trainen verstaan we de spierkrachttraining.
Hiervoor worden losse oefeningen of de krachtapparatuur gebruikt. Het doel van neuromusculair trainen is het verhogen van de belastbaarheid op niveau van de spieren, pezen en banden, het beter samenwerken van verschillende spieren en het verhogen van de motorunits bij het ontvangen van een zenuwprikkel.
Fysiologische veranderingen kunnen zijn: hypertrofie of spierverdikking, uitlijnen van de spieren.

Een voorbeeld van neuromusculair trainen is weerstandtraining. Hierbij zal men eerst proberen de omvang van de training te verhogen, waardoor men meer herhalingen zal moeten uitvoeren met hetzelfde gewicht. Pas daarna wordt de intensiteit hoger door de gewichten zwaarder te maken. Zo zal er ook alleen maar een krachttoename van de spier optreden wanneer men traint binnen het bewegingstraject van tien tot twintig graden erboven en eronder. Om deze krachttoename te kunnen krijgen, moet er voldoende rust zitten tussen elke krachtprikkel. De geschatte hersteltijd is tussen achtenveertig tot tweeënzeventig uur.

Men zal bijvoorbeeld meer trainingseffect hebben bij het uitvoeren van drie krachttrainingen tegenover twee krachttrainingen. Tussen drie of vijf trainingen is er bijna geen verschil.


Hoofdstuk 9 | Cooling-down

Inleiding
De cooling-down kan bestaan uit lichte running drills en/of een vorm van mobility drills. Dit gebeurt altijd aan het einde van de training. De belangrijkste fysiologische veranderingen die als gevolg van een afnemende weerstand optreden, zijn verlaging van de spierspanning en de hartslag.

Doel
Een fitnesstraining eindigt met een cooling-down. Doelstelling is het fysiek en mentaal afsluiten van de training.

Fysiologische veranderingen

De belangrijkste fysiologische veranderingen die als gevolg van een afnemende weerstand optreden, zijn verlaging van de spierspanning en de hartslag.

Parameters

Absoluut: hartfrequentie van ongeveer zestig procent van de theoretisch maximale hartslag.

Subjectief: inspannen op een niveau waarbij de klant gemakkelijk een gesprek kan voeren.

Organisatie

Voor een cooling-down worden lichte running drills en mobility drills gebruikt. Technisch moeilijke bewegingen leiden eerder tot een verhoging van de hartslag, evenals oefeningen waarbij veel spiergroepen tegelijk worden aangespannen.

Trainingsvariabelen

Afhankelijk van het mover type doet de sporter een cooling down van 4-6 minuten op een hartfrequentie die lager is dan 60% van de maximale hartfrequentie.

Personal Trainer level 4


Vragen

Vragen over het AALO Personal Trainer Studieboek Trainingsleer
Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Beantwoord dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

1. Welke bewering is juist?
    a. Pas na 30 minuten intensief bewegen, gaat je lichaam vetten verbranden
    b. Pas na 60 minuten bewegen, gaat je lichaam vetten verbranden
    c. Hoe intensiever je sport, hoe groter het percentage koolhydraten dat je verbrandt

2. Welke voedingsstoffen zijn het meest belangrijk voor een goed herstel?
    a. Eiwitten en vocht
    b. Koolhydraten, eiwitten en vocht
    c. Koolhydraten en eiwitten

3. Waarom moet je als zelfstandig ondernemer een modelcontract tekenen?
    a. Zodat je van de Belastingdienst facturen mag versturen naar je klanten
    b. Zodat je een arbeidsovereenkomst op papier hebt
    c. Zodat de Belastingdienst kan controleren of er een gezagsverhouding is met je opdrachtgever


Vragen

Vragen over het AALO Personal Trainer Studieboek Trainingsleer 

4. Tot welke fase behoort een reactieve oefening waarbij je zo snel mogelijk zijwaarts over obstakels moet springen?
    a. Technische fase
    b. Belastingsfase
    c. Specifieke fase

5. Waar baseer je je advies altijd op?
    a. Huidige eetgewoonten van de sporter
    b. Hulpvraag van de sporter
    c. Beide antwoorden zijn juist


Antwoorden

Bekijk hier de antwoorden
Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

1. C
2. B
3. C
4. C
5. C


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden over de Opleiding Personal Trainer (Level 4)?

Schrijf je vandaag nog in voor de Opleiding Personal Trainer (Level 4) en zet de eerste stap! Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je opleiding!

 

pagina 16 aangepast formaat4


Over AALO

AALO is sinds 1996 uitgegroeid tot de grootste kwaliteitsopleider binnen fitness en movement professionals en de body & mind- en voedingsbranche. Met meer dan meer dan 65 opleidingen vind je bij AALO altijd een opleiding die bij je past. Na het succesvol afronden van een opleiding ontvang je een waardevol en branche-erkend AALO-diploma of -certificaat. Je kunt dus direct aan de slag! AALO heeft diverse voordelige pakketsamenstellingen waardoor je voordeel oploopt tot honderden euro's. 

AALO Trainers homepage Trainers3


Studeren bij AALO

Als enige opleider in de fitnessbranche ondersteunt AALO studenten niet alleen met dvd's en cd's, maar ook online door middel van een digitale leeromgeving en de AALO Community. Hier kun je op je gemak de leerstof nog eens doornemen die wordt gepresenteerd door een AALO Master Trainer. Deze trainers zijn specialisten op het gebied van fitness, voeding, sport en personal training. Tijdens de opleiding vertaalt dit zich in veel praktische tips en anekdoten direct uit de praktijk.

Stage
Tijdens de opleiding Personal Trainer (Level 4) loop je geen stage. Voor deze opleiding maak je een aantal eindopdrachten, waaronder een businessplan voor zelfstandige ondernemers. 

TRX Group Suspension Training Course 3

Inschrijven voor deze opleiding Brochure aanvragenBel me terug

Proefles: Personal Trainer (Level 4)